XI
Extra Intelligentie
Een
compilatie wetenschappelijke onderzoeken verzameld door Mark Groot Kormelink ©®
Xi biedt ander perspectief
De standaard hoogintelligente mens bestaat
niet, net zo min als de standaard mens. Ze hebben ook lang niet altijd een
academische titel, net zo min als een academicus meestal hoogintelligent zal
zijn.
Er bestaan uiteenlopende overtuigingen
over de waarde van het begrip IQ, en hoe je IQ meet. Naar onze overtuiging meet
een IQ-test niet alleen IQ, maar ook je vermogen om zo'n test af te leggen. Uit
eigen ervaring weten wij dat extra intelligente mensen de test niet altijd
succesvol afleggen. Ze falen bijvoorbeeld in een volle examenzaal, maar kunnen
het onder andere omstandigheden opeens wel.
Daarnaast laat
Onze keuze voor de term
'extra intelligentie' oftewel Xi, biedt de ruimte om je te herkennen in de
karakteristieke kwaliteiten, zoals wij die in de praktijk zijn tegengekomen.
Vanuit die herkenning
Hoe
herken je Xi?
Er
zijn vijf
karakteristieke kwaliteiten van een Xi-er:
1.
Intellectueel vaardig, kan
niet tegen onbegrijpelijke stupiditeiten.
Kan makkelijk complexe problemen hanteren, maar legt ze te compact aan anderen uit, vaak zonder zich dit bewust te zijn. Reageert niet effectief op onbegrip.
2. Structureel nieuwsgierig, grenzeloze hekel aan dat
wat saai of routineus is.
Wil altijd weten wat ergens achter zit.
Stelt routine klusjes eindeloos uit of maakt er fouten in.
3. Behoefte aan autonomie, vecht of maakt zich klein
als die wordt aangetast.
4. Grenzeloos en mateloos in najagen interesses,
moeite met loslaten daarvan of met
onbegrijpelijke
ongeïnteresseerdheid.
5. Emotionele onzekerheid plus
intellectuele zelfverzekerdheid, onhandig of kwetsbaar in de
confrontatie met harde zelfverzekerdheid
of politiek machtsvertoon.
Kan lijden aan faalangst. Is snel geneigd tot betweteren.
Ben
ik Xi?
Als je jezelf sterk in drie of meer van deze kwaliteiten herkent, is het aannemelijk dat je zelf extra intelligent bent. Ook als je op school niet hoog presteerde, of mensen kent die nog intelligenter zijn.
Liever aanpassen?
Xi-ers leren zichzelf al vroeg een manier om met hun kennelijk andersoortige omgeving te verkeren. Het zijn emotionele keuzes om meer of minder op te vallen. Velen concluderen al dan niet bewust dat ze beter niet als 'hoogintelligent', laat staan als 'hoogbegaafd' te boek kunnen staan.
Zo komt een minderheid als vanzelf tot
grote prestaties, verscheidenen kiezen voor onopvallendheid, en een derde groep
vervreemdt sterk en komt tot nadrukkelijk slechte resultaten.
Toch geldt ook hier dat het bloed kruipt,
waar het niet gaan
Als
zich veranderingen voordoen in de werk- of privé-situatie, of als de levensfase
onrustig maakt, kunnen oude keuzes onder druk komen te staan en
Voordelen
van herkenning en verdieping
Als je
weet dat je Xi bent, biedt dat een betere verklaring voor allerlei
gebeurtenissen in je leven, dan de aanname dat je net zo normaal bent als willekeurige
anderen.
Gaan
piekeren als je iets maar niet begrijpt is normaal voor een Xi-er. Als je
eenmaal begrijpt dat je Xi bent, hoef je je niet ook nog zorgen te maken over
het piekeren zelf. En
Bij
meer
over Xi gaan we vanuit verschillende kennisdomeinen dieper in op
de effecten van Xi.
Wat
is Xo?
Extra Ontvankelijkheid is van grote
invloed op extra intelligente mensen.
Het is een aangeboren extra gevoeligheid van (delen van) het zenuwstelsel,
waardoor zintuiglijke indrukken vaker, heftiger en langer effect hebben op de
persoon.
Dat leidt tot een buitengewoon intense beleving van de werkelijkheid en een dito
reactie daarop.
De Pool Dabrowski onderscheidde vijf gebieden van Extra Ontvankelijkheid (door ons afgekort tot Xo) met hun karakteristieke aspecten:
Psychomotorische Xo - een overmaat aan energie: behoefte aan veel beweging en sport, rusteloos, impulsieve acties, snel pratend, competitief, moeite met ontspannen.
Zintuiglijke
Xo
- genot
via zintuiglijke prikkels en schoonheid: alle zintuigen staan op scherp, dus
intens genieten of intense afkeer, gevoelig voor sterkere prikkels zoals fel
licht, hard geluid, intense geuren, ruwe kleding of kledingmerkjes. Wordt
geraakt door schoonheid. Heeft belang bij verkrijgen van positieve aandacht.
Xo van de Verbeelding
- sterke verbeeldingskracht: creatief, innovatief, veel fantasie, groot gevoel
voor humor, bijzondere dromer,
beelddenker,
vermengt soms werkelijkheid en fantasie.
Intellectuele Xo - leren en probleem oplossen: de reguliere associatie met hoogbegaafdheid, nieuwsgierig, goed in theorievorming, analyse en synthese, verzamelt kennis, is vaak bezig met morele vragen.
Emotionele
Xo
- intense gevoelens: complexe
emoties, stemming kan extreem variëren,
diepe verbinding met mensen, dieren, voorwerpen, soms gehinderd door angsten,
bewust van relaties en eigen rol, scherp rechtvaardigheidsgevoel.
Xo
en Xi
Xi-ers hebben per definitie een hoge mate
van Intellectuele Xo.
Dabrowski merkte al op dat begaafde mensen doorgaans op meer gebieden relatief
extra ontvankelijk zijn. Bewustzijn op dit onderwerp helpt Xi-ers beter
begrijpen waarom ze vaak als afwijkend worden gezien. Daarnaast biedt
Dabrowski's theorie over persoonlijke groei vanuit extra ontvankelijkheid en
innerlijk conflict een perspectief om de eigen betekenis in de wereld te vinden
en om het gevoel van 'er niet bij horen' te overstijgen.
Extra Ontvankelijkheid is onze vertaling van het Engelse 'overexcitability',
in het Nederlands vaak vertaald als 'overprikkelbaarheid'.
Meer
over Xo in: 'Extra
ontvankelijkheid in het gebruik', een verhaal uit onze
praktijk.
Verwarrende
verwachtingen
Karakteristiek voor een Xi-er is de
behoefte aan complexiteit, en de mate waarin 'alle knoppen op 10
staan'. Bij een Xi-er, die niet
weet dat hij/zij Xi is, treedt een voortdurende verwarring op door de
confrontatie met een omgeving die de knoppen veel zachter heeft staan, en zaken
liever simpel dan complex heeft. Door de grote intelligentie wordt die
verwarring weer snel van logica voorzien, en het gedrag wat aangepast, maar het
blijft een vreemde situatie.
Daarom is escalatie van de irritatie over die verwarring of dat gebrek aan
aanpassing vaak de aanleiding om dieper te gaan graven naar de oorzaak ervan.
Dat
lastige gezag
Vanwege
hun grote behoefte aan autonomie hebben de meeste Xi-ers een moeizame relatie
met gezag. Gekoppeld aan
hun sterk ontwikkeld rechtvaardigheidsgevoel leidt de blootstelling aan politiek,
autoritair of 'dom' gezag zeer snel tot protest of opstand. Omdat hun 'normale'
omgeving die reactie als onnodig overdreven ervaart, blijven ze met de Zwarte
Piet zitten.
Positiever geformuleerd, zijn zij door hun grote sensitiviteit vaak de eerste
die de klok luiden over misstanden en daarmee tijdig aandacht mobiliseren om
erger te voorkomen.
10
beroepen, 2 duurzame keuzes
Een Xi-er heeft meer beroepskeuze
mogelijkheden dan een gemiddeld intelligent mens. Hij/zij kan van alles leren en
verschillende beroepen op een goed niveau uitoefenen. Voor een Xi-er is het
daarom de kunst om uit die lange lijst
het beroep te vinden dat aansluit bij wat hij/zij belangrijk vindt in het leven.
Meestal echter is nieuwsgierigheid de eerste drijfveer om te kiezen, met als
gevolg dat als die nieuwsgierigheid is bevredigd, alle interesse en motivatie
verdampt.
Soms worden banen op dezelfde wijze gekozen: de houdbaarheid is navenant. Na een
aantal sprongen in korte tijd neemt de onrust en teleurstelling toe.
Bezinning op de eigen waarden geeft een anker om vanuit gevoel en eigen
drijfveren te kiezen: het resultaat blijkt nog vele jaren de nieuwsgierigheid te
kunnen prikkelen.
Snelle
beelddenkers
Xi-ers denken sneller en complexer dan
gemiddeld.
Als zij ook relatief sterke
beelddenker zijn, is hun creativiteit bijzonder groot, maar niet altijd
in verhouding met hun vermogen om uit te leggen wat ze bedacht hebben.
Zonder kennis of besef van hun eigen bijzondere denkproces, merken ze slechts
dat ze niet begrepen en niet serieus genomen worden.
Soms gaan ze nog meer hun best doen op de uitleg, met chaos bij hun gehoor als
gevolg. Soms worden ze boos, verdrietig of rancuneus en dat is erg jammer.
Een beter besef van het supereffect van hun ongewone intelligentie plus hun
denkstijl leidt tot een andere benadering van de uitleg en een meer ontspannen
houding, met navenant effect op het resultaat.
Het
zit (ook) in de familie
Omdat intelligentie in hoge mate erfelijk
is, zijn ouders, kinderen, partner, broers, zussen, grootouders mogelijk even
extra intelligent als de Xi-er, die aktief met het thema bezig is.
Toch ligt herkenning niet altijd voor de hand,
Moeder
en vader
Zeker in de vrouwelijke lijn van ouders
blijken traditionele rolpatronen nog al eens effectief een ontplooiing van
ongewone intelligentie te hebben geblokkeerd. Solidariteit met de eigen
dynastieke lijn
En dan zijn er natuurlijk de talrijke Xi-vaders,
die voor een schoolcarriëre niet in de wieg waren gelegd. Als
beelddenker
of handwerker gingen zij dus naar het beroepsonderwijs of de praktijk in. Daar
klommen ze op tot meesterschap, zij het niet met bijbehorend maatschappelijk
succes, of liepen vast in eendimensionale organisaties met dito bazen.
De
familie schatkamer
Op zoek naar de eigen identiteit, blijkt
de eigen familie een schatkamer van bijzondere kwaliteiten, soms zichtbaar, soms
nog niet, en een treffende referentie hoe lastig het
Beelddenken
en talig denken
Beelddenken
is denken in een meerdimensionale associatieve structuur van 'beelden'.
Vaak is de structuur sterk visueel, vandaar de naam beelddenken. Bij veel Xi-ers
zit er geluid bij, zoals bij videoclips, of gevoelsaspecten. Dan worden het
brokstukken beleving of verbeelding.
Beelddenken is de denkwijze van onze intuïtie en onze creativiteit, en vindt
vooral in de rechter hersenhelft plaats.
Talig
denken is denken via een platte ketting van woorden en begrippen, geordend
volgens een logische structuur. Het is de geaccepteerde vorm van wetenschappelijk redeneren,
en vindt vooral in de linker hersenhelft plaats.
Op veruit de meeste scholen wordt de stof
sterk talig en sequentieel aangeboden. Voor extra intelligente beelddenkers met
een sterk visueel-ruimtelijk denkvermogen
Beelddenken
Do not ask how smart you are:
Ask how you are smart.
Do not ask how motivated you are:
Ask how you are motivated.
Howard Gardner
Het concept van de Meervoudige
Intelligentie is ontwikkeld door de Amerikaan Howard Gardner. Intelligentie is,
volgens
Acht
intelligenties
Ieder mens, dus ook de Xi-er, heeft
tenminste acht verschillende intelligenties beschikbaar waarmee hij zijn
talenten ontplooid.
Hoe
leer je?
Hoe gebruik je je intelligenties? Welke
voorkeuren heb je bijvoorbeeld bij het leren?
De uitdaging voor veel Xi-ers is het contact herstellen met hun vermogen tot
excellentie. Wat zijn voor jou optimale omstandigheden om je intelligenties uit
te leven?
Vaak blijkt dat niet de schoolse leeromgeving te zijn, terwijl je jaren is
voorgehouden dat je via school tot excellentie komt.
Uitspraken
over leren en intelligenties
Enkele voorbeelden van uitspraken, die wij
te horen kregen van Xi-ers:
Inleiding
Omdat Extra Intelligentie (Xi) nu eenmaal
per definitie extra is, zal een Xi-er die zijn/haar eigen gang gaat altijd
opvallen. Al op jonge leeftijd ontstaat er daardoor irritatie en onbegrip in de
omgeving. Dit leidt tot meer of minder expliciete kritiek op het relatieve 'teveel'
van wat dan ook. Er zijn patronen in die kritiek te herkennen, vanwege de
typische eigenschappen van Xi-ers. Mary-Elaine Jacobsen noemt in haar boek
"the
Gifted Adult" een top-10 verwijten die allemaal de bedoeling
hebben om een Xi-er weer terug in andermans gareel te krijgen.
Voor veel Xi-ers is dat in de loop der
jaren en door pijnlijke confrontaties ook zo gaan werken: als ze het verwijt
horen, houden ze zich automatisch gedeisd. Want het zijn dooddoeners, die bij de
aangesprokene een schuldgevoel oproepen. Soms ben je er inmiddels zelf ook van
overtuigd dat de kritiek terecht is, en dat je je moet schamen. Vaak roept het
een dof gevoel van beklemming en frustratie op.
Om die betovering te verbreken, staan
hiernaast vier van de top 10 verwijten, met hun oorzaak en een alternatief
weerwoord om ruimte voor je eigen aanpak te claimen.
Het is geen standaard ideaal weerwoord. Ook het genoemde schuldgevoel hoeft niet
bij iedereen precies zo gevoeld te worden. Het gaat mij om het aangeven van de
richting om het effect bewust te maken en om ruimte te creëren voor een andere
reactie op het verwijt.
De toelichting is om praktische redenen
beknopt gehouden. Gegeven je eigen situatie is over ieder punt in een
persoonlijk gesprek veel meer te zeggen.
Relatie
met Xi
De vijf kenmerken van Xi zijn per stuk of
in combinatie in de verwijten terug te vinden. Grenzeloosheid of intensiteit is
bij veel verwijten een aspect. Men vindt Xi-ers al gauw 'te ...'. Feitelijk gezien is de constatering
juist, dat het gedrag verder gaat dan normaal. Dat het 'te ...' is, wordt een
waarde oordeel.
De levenskunst voor een Xi-er is om
enerzijds zich bewust te zijn van de referenties van zijn/haar normale omgeving,
anderzijds zichzelf de ruimte te verschaffen om volgens de eigen 'maatvoering'
tot expressie en zelfverwerkelijking te komen.
De
overige 6 verwijten
De
overige 6 verwijten staan in het genoemde boek van Mary-Elaine Jacobsen en in
een handout die gebruikt wordt bij adviesgesprekken.
Verwijt,
schuldgevoel, nieuw antwoord, toelichting
Verwijt
nr.10:
"Moet het allemaal zo
snel?"
Schuldgevoel:
"Ik ben weer te ongeduldig."
Nieuw antwoord: "Dit is mijn normale tempo."
Toelichting: Als Xi-er gaan je denkprocessen extra snel, met beelddenken
supersnel. Anderen kunnen daardoor in verwarring raken en vrezen dat je iets
ondoordachts zal gaan doen. Verre van dat: maar waarom tijd verspillen als het
allemaal al duidelijk is? Er is nog zoveel interessants te beleven!
Verwijt
nr. 9: "
Kan
je je niet gewoon tot één richting
beperken?"
Schuldgevoel: "Ik moet echt
kiezen, anders komt er niets van mij terecht."
Nieuw antwoord: "Nee, dat werkt niet voor mij."
Toelichting: Men vindt dat je een beroepsrichting moet kiezen en in die richting
moet doorgaan. Voor een Xi-er is dat zelden een manier om duurzaam plezier in
het werk te houden. Door de snelheid van inzicht en overzicht en de voortdurende
behoefte aan nieuwe prikkels, raakt een Xi-er na zekere tijd uitgekeken op een (deel
van een) vakgebied en verliest motivatie en gevoel zinvol bezig te zijn.
Inderdaad kunnen daardoor breuken in een carrièrelijn met financiële gevolgen
ontstaan, maar daar staat een groter en meer duurzaam gevoel van voldoening in
het werk tegenover. Bovendien is het vaak een aanknopingspunt voor een vakgebied
overstijgende en originele visie op een probleem- of onderzoeksveld.
Xi-ers zijn graag multidisciplinair.
Verwijt
nr. 5: "Waar haal je het
vandaan!?"
Schuldgevoel: "Ik heb een te grote fantasie, ik moet meer mijn mond houden."
Nieuw antwoord: "Gewoon een ingeving."
Toelichting: Samenhangend met hun grote sensitiviteit, hebben de meeste Xi-ers
een uitstekende intuïtie. Alleen weten ze dat vaak niet meer: gezagsdragers
vinden het meestal niet leuk, als je laat merken dat je weet wat ze denken. Xi-kinderen
krijgen daar al vroeg last mee, en stoppen met het toelaten van hun intuïtie.
Daarmee verlies je helaas ook een bron van inspiratie en motivatie. Het loont om
als volwassene opnieuw contact met je intuïtie te maken en er op te leren
vertrouwen, ook al blijft het mensen verbazen en soms irriteren.
Een andere "ingevingsbron" voor ideeën wordt gevormd door een
vermogen tot
beelddenken.
Soms is moeilijk te scheiden of het idee door beelddenken, of vanuit intuïtie
is ontstaan.
Verwijt
nr. 2:
"Je bent altijd zo
gedreven!"
Schuldgevoel: "Ik draaf kennelijk weer door, ik moet niet zo opgefokt doen."
Nieuw antwoord: "Dat klopt, ik heb mijn focus en nog een hoop te doen."
Toelichting: Het hoort bij de aard van de Xi-er om altijd urgentie te voelen bij
datgene waar hun aandacht zich op richt. Het is een aspect van onze
grenzeloosheid. Als we een missie hebben gevonden, richt de urgentie en
motivatie zich daarop tot dat doel bereikt is. Zonder missie is de focus meer
toevallig en bestaat zolang het onderwerp nog interessant is: Zeer intensief
ergens mee bezig zijn, en zodra je weet wat je wilde weten, het onderwerp als
een baksteen laten vallen. Dat
Willings
(1980) heeft de problemen beschreven van creatieve volwassenen op de werkplek.
Hun houding was niet zozeer "ik ben slimmer dan wie ook", maar eerder
"waarom is iedereen zo dom?". Hoogbegaafden begrijpen niet waarom de wereld zo slecht is
georganiseerd en zo inefficient wordt geleid. Dit onbegrip kan worden gekoppeld
aan afwijzing door gelijken, meerderen of leraren; het onvermogen intellectueel
niet-stimulerend werk te doen; perfectionisme; het jezelf te serieus nemen; het
gevoel al vroeg mislukt te zijn in het leven; frustraties door procedures;
gereserveerdheid, grilligheid of gebrek aan discipline; en het mislukken in
banen waarin mensen met minder talenten succes hebben (Willings, 1980).
Rationalist, een van de vier hoofdpersoonlijkheden. Statistisch is dat zo'n 5%. En een markant kenmerk van de
Rationalist is zijn buitengewone hekel aan stomme fouten, van hemzelf of van
anderen. Dat geeft nieuw perspectief op zijn ergernis. Die gaat er niet van
over, maar na een toelichting over de andere temperamenten herkent Frans
karakteristiek gedrag van andere collega's. "O, dus daarom......."
Bevredigende
verklaringen geven rust
Het is een markant aspect van Xi-ers dat
ze geweldig kunnen kauwen op iets wat ze maar niet begrijpen. Het laat ze niet
met rust tot ze het wel hebben begrepen. De meeste mensen zijn veel eerder tot
acceptatie bereid, of merken het niet (meer) op.
De slechte aansluiting tussen eigen en
andermans verwachtingen blijft dus altijd storen, zolang er geen bevredigende
verklaring voor is gevonden. De (h)erkenning van de eigen extra intelligentie
blijkt zo'n verklaring te zijn. Daarna gaan er 'vele kwartjes vallen' over tal
van gebeurtenissen uit het verleden, die opeens een stuk begrijpelijker zijn.
De door ons gebruikte instrumenten geven de cliënt een beter inzicht in de
eigen positie en kwaliteiten, zodat hij/zij beter de eigen grenzen kent en
onderhoudt.
1.
probleemoplossende behendigheid: een hoogbegaafde redeneert logisch en juist,
herkent het verband tussen ideeën, ziet alle aspecten van een probleem, heeft
een open geest, antwoordt bedacht op de ideeën van anderen, weet situaties goed
in te schatten, gaat naar de kern van de zaak, interpreteert informatie
nauwkeurig, neemt goede beslissingen, gaat naar de originele bronnen voor
basisinformatie, stelt problemen op een optimale wijze, is een goede bron voor
ideeën, merkt impliciete onderstellingen en besluiten, luistert naar alle
zijden van een argument en gaat vindingrijk om met problemen.
2. verbale
bekwaamheid: hij spreekt duidelijk en gearticuleerd, is verbaal "vloeiend",
is een goede gesprekspartner, is kundig in een particulier domein, studeert
hard, leest met hoog begrip, leest over een ruim gebied, kan efficiënt met
mensen om, schrijft zonder moeilijkheden, zet tijd apart voor het lezen,
beschikt over een ruime woordenschat, aanvaardt sociale normen, en probeert soms
nieuwe dingen uit.
3. sociale
competentie: hij aanvaardt anderen zoals ze zijn, aanvaardt vergissingen,
vertoont interesse voor de hele wereld, is tijdig voor zijn afspraken, heeft
sociaal bewustzijn, denkt na vooraleer te spreken of te handelen, vertoont
nieuwsgierigheid, maakt geen kapmesoordelen, is fair in het oordeel, beoordeelt
juist de relevantie van de informatie die beschikbaar is over een probleem, is
gevoelig voor de noden en verlangens van anderen, is oprecht en eerlijk
tegenover zichzelf en tegenover anderen, en vertoont interesse voor zijn
onmiddellijke omgeving.
|
EEN
HOOFD VOL FILMS |
Howard Gardner,
een Amerikaan die zich met neuropsychologie bezighoudt, heeft in
1983 een concept ontwikkeld voor het kijken naar intelligentie en de
verschillende verschijningsvormen daarvan.
Het denken over hoe mensen leren heeft in de loop van de
geschiedenis, sinds het begin van de 20-ste eeuw, een ontwikkeling
doorgemaakt. In de jaren 30/40 ging men er van uit dat alles vast
lag, en dus absoluut meetbaar is. In de jaren 60/70 komt er pas weer
belangrijk beweging in het denken op dit gebied.
Zijn vertrekpunt lag dan ook in het zoeken naar een antwoord op de
vraag hoe
in een bepaalde cultuur waarden die van belang worden geacht
overgedragen aan volgende generaties?
In het westen zijn we gewend om ons te richten op geschreven bronnen.
Alles wat wij belangrijk vinden is in geschreven vorm vastgelegd en
wordt ook zo overgedragen. En dat is al zo vanaf de uitvinding van
de boekdrukkunst. Voor die tijd vallen we terug op andere bronnen
als liederen, afbeeldingen, vondsten etc.
Er zijn ook culturen waar men zich meer richt op de niet-schrijvende
cultuur, zoals: verhalen, liederen, muziek, of beweging.
Al
doende komt
Maar ook: de vaardigheid om problemen te bedenken die oplosbaar
zijn.
Het
komt er op neer dat je begrip kunt verwerven om problemen op te
lossen, maar ook dat je dat begrip kunt meenemen naar andere
situaties en dat je het daar kunt toepassen en zonodig kunt optillen
tot meer. Je kunt iets begrijpen en navertellen, maar óók op een
andere manier navertellen.
Het
is nu nodig om iets te zeggen over de verschillende manieren waarop
er over intelligentie
Howard Gardner onderscheidt 8 vormen van intelligentie.
2. logisch-mathematische
intelligentie
3. visueel
ruimtelijke intelligentie
4. tactiel-motorische
intelligentie
5. muzikale
intelligentie
6. naturalistisch-ecologische
intelligentie
7. interpersoonlijke
intelligentie
8. intrapersoonlijke
intelligentie
We
zien intelligentie als een set mogelijkheden en vaardigheden om
controle en begrip te krijgen op de wereld. Maar ook als
mogelijkheden om op een bepaald gebied goed te presteren.
De verschillende vormen komen uiteraard ook gemengd voor binnen één
persoon. Wel zie je dat er vaak één soort overheerst.
Voor
Gardner is deze lijst niet een zomaar willekeurig bij elkaar geraapt
rijtje ideeën. Hij heeft zijn verdeling in meerdere intelligenties
ook onderbouwd met kriteria. Het is dus mogelijk dat er in de
toekomst nog andere vormen kunnen worden ontdekt. Iets
In
het denken over de verschillende vormen van intelligentie is er
wellicht sprake van een negende en een tiende intelligentie. Er
wordt aan onderzocht of het inderdaad aan alle kriteria voldoet. Men
denkt dan aan intuïtieve en existentiële intelligentie.
De
ideeën van
Dit toont enerzijds aan dat de ideeën van
We
hebben allemaal alle 8 intelligenties in ons. Maar niet allemaal in
dezelfde mate.
Hoe de verschillen ontstaan? Je bent een product van de combinatie
van wat in jezelf aanwezig is én van wat je omgeving je laat
ontwikkelen of wat die omgeving je aanbiedt. Dan is er de erfelijke
component en tegelijk de invloed van de omgeving.
Inmiddels
krijgt het denken over de aanleg meer en meer aandacht. In de jaren
60/70 was men er zeer van overtuigd dat alles door de invloed van de
omgeving (oa. onderwijs) bepaald werd. Inmiddels heeft men veel
geleerd (sadder and wiser) en is er ruimte om te denken dat er toch
ook een heleboel komt vanuit ' de aard van het beestje'. Aanleg die
is aangeboren. Beide opvattingen hebben vele voor en nadelen. Goed
een slechte gevolgen naar aanleiding van ene of ander opvatting.
Inmiddels is er meer ruimte om verschillende elementen of
verschijningen van intelligentie te benoemen die voortkomen uit
aanleg.
Wat
betekent dit nou in het onderwijs? Ook daar krijg je dus te maken
met 8 vormen van intelligentie. Elke vorm heeft ook eigen
specifieke leerbehoeften. Ieder leert op zijn eigen specifieke wijze.
Het onderwijs richt zich van nature op de eerste twee of drie
intelligenties. Dat zijn de uitingsvormen waarin onze maatschappij
gewend is kennis over te dragen.
Het zou dus goed kunnen dat er kinderen vastlopen omdat ze altijd
via een voor hen niet passende invalshoek informatie voorgezet
krijgen.
Het zou wel eens kunnen zijn dat het onderwijs een breder aanbod zou
moeten doen. Breder vooral in de wijze waarop de overdracht van
datgene wat we waardevol achten plaatsvindt. Dan moet je dus soms
andere ingangen gebruiken bij bepaalde leerlingen.
De een leert uit een boek, de andere leert in een docentgestuurde
les, weer een ander moet dingen voelen, of erbij rondlopen, en
sommigen leren door met een groepje iets uit te zoeken. Hoe breder
het aanbod, hoe meer kinderen aangesproken worden op een voor hun
passende manier. Biedt hetzelfde dus niet drie keer mondeling aan,
maar op drie verschillende manieren. Ook omdat de vormen van
intelligentie ook gemengd voorkomen.
Pieter heeft vragenlijsten ontwikkeld en bewerkt waarmee je kunt
ontdekken welk intelligentie bij iemand past. Er zijn lijsten voor
kinderen en voor volwassenen.
Voor informatie over het gebruik is hij telefonisch te bereiken of
via zijn emailadres edukin@tiscali. nl
Met behulp van de scorelijst kun je kwaliteiten turven, daaruit
volgt een overzicht: een profiel. Dan krijg je zicht op sterke en
minder sterken kanten.
Het verkregen inzicht over zaken, die blijkbaar belangrijk zijn voor
jouw manier van leren,
In het blad Praxisbulletin, dat op de meeste basisscholen ligt,
verschijnt vanaf september 2002 een serie van 9 artikelen
over de acht intelligenties van Gardner, geschreven door Pieter.
Wat
kun je er mee als je weet welke intelligentie-vorm bij iemand hoort?
Je kunt je eigen leren, of dat van je leerling, aanpassen zodat je
op een voor die persoon optimale manier de wereld, of datgene wat
geleerd moet worden, onder controle krijgt. Op je eigen manier greep
op de wereld krijgen. Datgene in stelling brengen wat voor jou het
beste werkt.
Aan de andere kant kun je er aan werken om die manieren van leren,
die je blijkbaar van nature niet zo gemakkelijk afgaan, te
versterken. Je breidt je handelingsmogelijkheden uit.
Als je een profiel van een leerling hebt, dan kun je er als
leerkracht je didactisch handelen op afstemmen. Zeker als blijkt at
er meerdere kinderen in je groep op een bepaalde manier het beste
leren, en presteren. (Want het gaat om manier van leren, de wereld
onder controle krijgen, maar ook over de bijbehorende manier van
presteren en uiten)
Je kunt zorgen voor uitleg op maat, voor aangepaste leerwegen. Zoals
passend bij het profiel.
In
de praktijk krijgen kinderen in de klas een keer uitleg, de
leerkracht laat het een keertje zien en dan houdt het op. Snap je
het dan niet, dan volgt er wat extra uitleg. In dit proces wordt
maar een deel van de intelligenties aangesproken.
Als voorbeeld wordt het gebruik van schuurpapieren ;letters
aangehaald, een beproefd Montessori materiaal. In kleuterklassen
zijn ze vaak aanwezig,, soms in groep drie nog wel beschikbaar, maar
daarna wordt dat als kinderachtig en achterhaald beschouwd. Het
aanraken en voelen wordt dan niet meer aangeboden. Met de
verschillende vormen van intelligentie in het achterhoofd, kun je
bedenken dat op die manier veel kinderen niet passend bediend worden.
Sommige kinderen hebben een motorische ervaring nodig, ook oudere
kinderen.
Hoe
kun je als ouder de leerkracht van je kind inzicht geven in hoe jouw
kind in elkaar zit, en dus in hoe dat kind het beste aangesproken
Je ontkomt er aan de ene kant niet aan met een gevoel van: 'daar ben
ik weer' naar de leerkracht te gaan. Aan de andere kant is het ook
niet raadzaam om aan de kant te zitten en niets te doen, want dan
gebeurt er meestal ook niks. Ga je het gesprek op school aan, dan
heb je in ieder geval iets gezegd. Als ouder is het nu eenmaal zo
dat je soms moet knokken voor je kind. Of aardiger: soms moet je je
leerkracht een beetje helpen om je kind beter te snappen en te
begeleiden. Gelukkig zijn er veel leerkrachten die best bereid zijn
het gesprek met je aan te gaan.
Je kunt de leerkracht attent maken op de zorg die je hebt over je
kind. Soms worden de ouders dan niet begrepen. Daarbij is het erger
dat in zo'n geval eigenlijk het kind niet wordt begrepen.
Het komt echter heel vaak voor dat een kind op school niet laat zien
hoe het in elkaar steekt, of wat het in zijn mars heeft. Op school
is er sprake van een ingewikkelde wisselwerking tussen twee partijen.
Daarbij kunnen soms delen uit het verband raken.
Het
praten over verschillende intelligenties moet je niet verwarren met
de ideeën van Kolb. Kolb heeft verschillende leerstijlen beschreven.
Een leerstijl is een algemene aanpak, die overal voor geldt. De
intelligenties waar we het nu over hebben zijn capaciteiten die bij
een persoon horen.
Wees
voorzichtig met te snel toekennen van labels. Iemand die muzikaal
is, dus talent heeft om muziek te maken, hoeft niet persé ook
muzikale intelligentie te hebben. Hij zou ook andere intelligenties
kunnen gebruiken om bv te leren zingen of bij voorbeeld over grote
creativiteit kunnen beschikken om daarmee muziek te maken.
We
leggen een link naar hoogbegaafdheid. Het gedachtegoed van
Kijken we naar de gewoonten op school dan zien we dat vooral de
eerste drie soorten intelligentie worden aangesproken en gewaardeerd.
Met name het talige deel valt op, het mathematische ook nog wel. Bij
hoogbegaafdheid zoekt men dan ook vooral naar die vormen, en dat
hoeft niet persé iemands beste kant te zijn. Verder valt te
betwijfelen of iemand die sterk interpersoonlijk gericht is, en
hoogbegaafd is, altijd wel aan zijn trekken komt in een gemiddelde
klas. Hij heeft immers mensen om zich heen nodig om samen mee te
stoeien over de gegeven leerstof.
Het
is goed om leerstof aan te bieden op manieren die gericht zijn op de
voorkeuren van de leerlingen. Daarnaast is het ook goed om de andere
vaardigheden bij te spijkeren.
Naast
de schoolse prestaties, is het ook goed om te kijken naar andere
kwaliteiten van een kind. De uitschieters in vaardigheden en
kwaliteiten (talenten) buiten school kunnen een middel zijn om een
kind te bereiken. Door uit te gaan van sterke kanten en talenten,
kun je een kind wellicht bereiken, om van daar uit te kunnen werken
aan kanten die minder goed ontwikkeld zijn. Sleutel niet alleen aan
zwakten, leg niet alleen nadruk op wat niet goed gaat. Gebruik
datgene waar iemand wel goed in is om de zwakkere delen op te tillen.
Ook omdat buitenschoolse uitschieters en talenten kunnen wijzen op
de voorkeur of aanleg voor een andere vorm van intelligentie.
Het
is vaak niet verstandig om te proberen om ongemerkt iets aan een
kind te verbeteren. Je kunt beter uitleggen wat je aan het doen bent
en wat je wilt bereiken. Waarom doe je iets. Dan kun je het leren
bewust richten. De nodige verbeteringen werken dan ook beter.
INTELLIGENTIE IS HET VERMOGEN VAN EEN MENS OM
PROBLEMEN OP TE LOSSEN EN PRODUCTEN TE MAKEN DIE IN EEN CULTUUR
GEWAARDEERD WORDEN
Uit de folder van Edukin:
Gardner postuleerde dat wij allemaal die meervoudige intelligentie
ín ons hebben. In het ontwikkelingsverloop van de mens zien we daar
iets van terug; we benoemen dat vaak als stadia in de ontwikkeling
die we moeten dóórlopen en waar we ook 'uit' geraken. Maar we zien
ook om ons heen mensen (volwassenen vaak) die nadrukkelijk
uitblinken in bepaalde vaardigheden. We noemen dat dan begaafde
mensen of toptalenten, of we spreken over aangeboren kwaliteiten.
Feitelijk kunnen we dit echter beschouwen als exponenten van de
meervoudige intelligentie die nadrukkelijk naar voren komen.
Zoals gezegd, we hebben allemaal die intelligenties in ons. Wanneer
we deze intelligenties op de juiste manier aanspreken gaat er een
wereld van mogelijkheden voor ons open. Voor het onderwijs spreekt
dat natuurlijk voor zichzelf, maar er blijken tal van andere
toepassingen mogelijk, daar waar overdracht en communicatie in het
geding is.
Gebruik maken van de mogelijkheden die we in ons hebben is
belangrijk. En dat niet alleen; het is een feest om te ontdekken
welke mogelijkheden we in ons hebben!
Noot: Hoewel hoogbegaafdheid lang niet altijd een bron van narigheid hoeft te zijn, komt het helaas toch vaak voor dat het niet vanzelf goed gaat met een kind. Aangepaste begeleiding (veel of weinig) is vrijwel altijd nodig.
Homo universalis
A polymath
is a person who excels in multiple fields, particularly in
both arts
and sciences.
The other most common term for this phenomenon is Renaissance
man, but also in use are Homo
universalis and Uomo universale, translate
as "universal person" or "universal man"rmally used inbe skillful or to excel in a broad
range of intellectual fields
lomath,"
a seeker of knowledge.
Pantomath"
a person who knows everything. Very few people can genuinely be called
polymaths.).
Hiermee wordt bedoeld iemand die van alle markten thuis is.
Veel kunstenaars uit de renaissance waren ook architect en beeldhouwer, Leonardo was nog veel meer. Hij was schilder, tekenaar, architect, musicus, beeldhouwer, ingenieur en natuuronderzoeker. Als je kijkt naar de schetsen, schilderijen en tekeningen die hij tijdens zijn leven gemaakt heeft, vind je een veelheid aan onderwerpen. Naast schilderijen met portretten, kerkelijke taferelen en schetsen van het menselijk lichaam zijn er ontwerpen van vliegmachines, muziekinstrumenten en zelfs van een fiets. Ook maakte Leonardo studies van de bloedsomloop en het hart, bestudeerde hij plant- en dierkunde en ontwierp hij kanalen enWie meende dat hoogbegaafdheid een zegen was, heeft het verkeerd voor. Hoogbegaafdheid is een handicap. In een maatschappij waar de meerderheid relatief tot de hoogbegaafden minderbegaafd is, is het noodzakelijk de hoogbegaafde die in het ongelijk wordt gesteld. Het is de meerderheid die de publieke opinie vormt, het is de meerderheid die beslist over de wetgeving: de democratie is immers niets anders dan de tirannie van die meerderheid, en derhalve van de middelmatigheid. De hoogbegaafde is steeds de dupe. Hoogoriginele en waardevolle inzichten worden weg gebonjourd in de discussies, en vervangen door vooroordelen, oppervlakkige dogma's en taboes. Voor promotie in de geledingen van de staat en van de industrie komen alleen diegenen in aanmerking die best passen in de kaders die zij moeten opvullen, en dat zijn nu eenmaal niet de hoogbegaafden.
Hoogbegaafdheid
Hoogbegaafden
worden veelal beoordeeld door minderbegaafden,
en deze laatsten zijn de mening toegedaan dat zowel het oordeel als het gedrag
van hoogbegaafden niet beantwoorden aan de gewone normen, of aan de normen die
minderbegaafden passend en noodzakelijk achten. Voor vele hoogbegaafden begint
de miserie al vanaf de prilste jeugd. Meestal kunnen ze al lezen en schrijven vóór
ze naar school gaan. En dan worden ze veroordeeld, om in het gezelschap van
minderbegaafden en minderontwikkelden opnieuw te gaan leren wat zij allang
kennen. Zij worden gedwongen hun vriendjes te vinden bij kinderen die geen
interesse hebben voor meer geëvolueerde onderwerpen. Zij voelen zich soms niet
goed op hun plaats in de cohorte van de middelmatigen. Sommigen isoleren zich
dan. Anderen worden gemeden en zoeken dan aansluiting bij ouderen, indien dat
mogelijk is. Meestal zijn ze er zich helemaal niet van bewust welke de oorzaak
is van een relatieve eenzaamheid, van een zeker gevoel van er niet bij te horen,
van een gevoel zelfs minderwaardig te zijn en niet mee te kunnen met het sociale
leven. Zij zitten niet op dezelfde golflengte, en zij zijn blij als zij
toevallig stoten op een aangepaste toehoorder, iemand die hen begrijpt, geïnteresseerd
is in dezelfde dingen en vooral op dezelfde wijze de werkelijkheid benadert.
Door de systematische ontmoediging van hoogbegaafden gaat veel talent verloren en zo komt het dat de meest verantwoordelijke posten toevertrouwd worden aan minderbegaafden. Dit verwekt een langzame verloedering van alle mechanismen van de staat, van het gerecht, van de administratie. Scholen en universiteiten worden broedplaatsen voor middelmatigheid en conformisme. De ingewikkelde problemen, die ontstaan in een moderne maatschappij en vooral in een maatschappij, die geregeerd wordt door minderwaardige beginselen, kunnen niet meer adequaat opgelost worden, en die toestand brengt chaotische situaties voort.
Hoogbegaafden zijn een zeldzame rijkdom voor een land. In plaats van ze te elimineren dient men ze te cultiveren.
Bij de studie van de hoogbegaafdheid komen talrijke problemen aan de oppervlakte.
Over een juiste bepaling van de hoogbegaafdheid zijn de experts het niet eens,
sommigen willen alleen cognitieve hoogbegaafdheid in aanmerking nemen, anderen
een veel ruimere gamma van begaafdheden, zoals talent voor kunst, muziek, en dgl.
Voor weer anderen moet men de cognitieve hoogbegaafdheid uitbreiden met
creativiteit, mogelijkheid om originele oplossingen te vinden en nieuwe aspecten
van een probleem te behandelen, gepaard aan intellectueel dynamisme en
soepelheid.
Sommigen beperken het aantal van diegenen die in
aanmerking komen tot 1% van de populatie, anderen tot 5% of 10%, sommigen zelfs
tot 20% of meer. Dat is duidelijk een misvatting. Echte hoogbegaafdheid is
zeldzaam. En men moet onderscheid maken tussen de adequate zorg voor begaafden
en meerbegaafden (20% van de populatie) en de erkenning van de echte
hoogbegaafdheid (maximaal 1-2% van de populatie).
Een tweede probleem is het opsporen van een hoogbegaafde;
een probleem dat moeilijker wordt naarmate het kind jonger is. Want het is
belangrijk een hoogbegaafde reeds van in de wieg te herkennen, omdat men dan
onmiddellijk weet welke moeilijkheden te verwachten zijn, hoe men het gedrag van
het kind moet interpreteren en erop inspelen, hoe het kind begeleiden in zijn
verdere ontwikkeling om die te optimaliseren.
Want dat is het derde probleem: een hoogbegaafde moet
deskundig begeleid worden, wil men hem een harmonische ontwikkeling waarborgen.
Het is niet vanzelfsprekend dat een hoogbegaafd kind beter presteert en
harmonischer opgroeit dan zijn leeftijdgenoten. Integendeel, de
uitzonderingspositie van een hoogbegaafde beïnvloedt zijn hele psyche, zijn
zelfbeeld en ook zijn imago voor de anderen. Hij is daarin niet anders dan om
het even welke gehandicapte. Niet alleen zijn sociale positie, maar ook zijn
intellectuele standing kan positief of negatief gericht worden. Veel hangt hier
af van het milieu dat een hoogbegaafde omringt. Is dat sympathiek, begrijpend en
bevorderend, dan wordt de kans groot dat een hoogbegaafd kind de beloften van
zijn jeugd inlost. Is het vernederend, afstotend, belemmerend, dan kan veelal
zelfs een hoogbegaafd kind niet veel anders dan blijvend vegeteren in een sfeer
van mislukking.
Een vierde probleem is het feit dat de meeste echte
hoogbegaafden volledig onwetend en onbewust zijn. Zij kennen hun mogelijkheden
niet. Zij zien zich zelf met de ogen van hun omgeving, als min of meer
oninteressante individuen, die niet meekunnen met de groep of apart zijn. Bij
sommigen dreigt een heus minderwaardigheidscomplex: in de school zijn ze
middelmatig. Franklin Roosevelt, John Kennedy, Winston Churchill, Einstein,
Pasteur waren middelmatig in de examens. Werner von Braun, de raketspecialist,
mislukte zelfs voor mathesis en fysica bij het hogeschoolexamen.(1) Andere
beroemdheden die slechte leerlingen waren, zijn: Bismarck, Michelangelo, Newton,
Darwin, Zola, Oscar Wilde.(2)
Daartegenover staan evenwel ook uiterst vroegrijpe jonge
geesten: de mathematici Abel, Euler, Gauss, Galois, de fysicus Max Planck,
Norbert Wiener die op 15 jaar afstudeerde aan de universiteit. Ook Einstein was
vroegrijp, al werd hij nadien toen hij toegang vroeg tot de Polytechnische
Hochschule van Zürich geweigerd, en verkreeg hij na zijn doctoraat geen
academische job.(3) Vroegtijdige originaliteit toonden ook Mozart, Beethoven,
Mendelsohn.(4)
Dergelijke feiten zijn
verwarrend, omdat het zo verleidelijk is hoogbegaafdheid te verwisselen met
uitstekende prestaties op school. Zelfs als
men aan die verleiding niet toegeeft, dan is er nog het gevaar, dat men
hoogbegaafdheid bepaalt als een uitmuntende uitslag op de intelligentietest. Men
verwacht van een hoogbegaafd kind dat het vroeger dan zijn leeftijdgenoten rijpt,
een paar jaar of meer vooruit is op de normale intellectuele ontwikkeling, dan
uitzonderlijk presteert op school, en nadien op de universiteit, maar het is een
feit dat zelfs velen van die veelbelovende leerlingen eigenlijk het niet zo
uitzonderlijk ver brengen daarna.(5)
De zorg voor hoogbegaafden heeft veel geleden omdat de
hoofdbekommernis het opsporen van genieën in spe was, meer nog het opfokken van
genieën door intensieve zorgen. Voor Amerika was de Spoetnikervaring zo
vernederend, dat plots een sterke beweging ontstond: niet alleen kwam er een
brain-drain op gang uit Europa, maar ook een brein-jacht in het land zelf. En
naarmate men begreep dat de opvoeding en de vorming een essentieel en onmisbaar
deel waren van de breincultuur, ging men niet alleen die vorming richten naar
hogere breinprocessen, maar haar ook versnellen, ontwikkelen en uitbreiden.
Tenslotte kwam het er op aan de breincultuur te industrialiseren.
In Amerika gaf men er zich allengs rekenschap van dat de
scholen op een te laag peil stonden om de begaafden, de meebepaalden en vooral
de hoogbegaafden fatsoenlijk op te vangen. Vandaar pogingen om tot 50% van de
leerlingen te laten "profiteren" van gevorderde leergangen, versnelde
curricula, verrijkte lesroosters.
Daarbij domineert enerzijds de vrees ook maar één
hoogbegaafde onterecht uit te sluiten, anderzijds de zorg om iedereen, die ook
maar een teken geeft of een symptoom vertoont van begaafdheid, te betrekken in
de geboden mogelijkheden.
Tegelijk ontwikkelde men een hardnekkige weerstand tegen
het afzonderen van hoogbegaafden in speciale scholen of klassen. Dit houdt
verband met het algemene gelijkheidsideaal dat vele Amerikanen zo lief is.
Iedereen heeft recht op een maximale ontwikkeling, waarom dan nog speciale
afdelingen en leergangen voor hoogbegaafden? Toch waren Platoon in de Oudheid,
Karel de Grote, een sultan uit de 15e eeuw door de oprichting van een
paleisschool, Comenius en Jefferson, de Amerikaanse President, voorstanders van
de systematische selectie van hoogbegaafden. Terwijl de publieke opinie minder
moeite heeft met bijzonder onderwijs voor minderbegaafden en mentaal
gehandicapten, toch blijft men sputteren tegen een bijzonder onderwijs voor
hoogbegaafden. Men ziet dit als het vormen van een geprivilegieerde groep op
kosten van de staat. Hoogstens verdraagt men enkele aanpassingen in overigens
algemeen toegankelijke scholen voor leerlingen die bijv. enkele bijzondere
leergangen willen volgen.
Het probleem van de hoogbegaafdheid wekt dus acute
reacties in de publieke opinie en in de bestaande scholen. Het gaat zo ver dat
op een vraag van een onderzoeker: hoeveel hoogbegaafden er in de school aanwezig
waren, een directeur antwoordde, dat er geen waren. Een aantal scholen negeren
gewoon het probleem, of doen alsof ze erom bekommerd zijn, maar doen niets.(6)
Eigenlijk is dat niet verwonderlijk. Waarom zouden minderbegaafden zich bemoeien
met de problemen van de hoogbegaafden? Malicieus schreef Shaw: "Zij die het
kunnen, doen het; zij die het niet kunnen onderwijzen."
De tekortkomingen van de school en hun invloed op de
prestaties worden allicht verward met de gevolgen van minderbegaafdheid, of
terecht of ten onrechte toegeschreven aan niet erkenning van hoogbegaafdheid.
Er bestaan ondertussen verenigingen van ouders van zgn.
hoogbegaafde kinderen, die ijveren voor een uitzonderlijke behandeling van hun
kinderen en dat in de gewone scholen. Daartegenover staat de tendens
hoogbegaafde leerlingen te verzamelen in speciale scholen. Deze loopt parallel
met de overtuiging dat hoogbegaafde leerlingen ernstige nadelen ondervinden van
de behandeling die zij ondergaan in de gewone scholen, en dat deze nadelen niet
voldoende kunnen opgevangen worden door deze scholen.
Als er al veel verwarring heerst over het begrip
hoogbegaafdheid zelf, over de kwalificatie van een kind als hoogbegaafd, over
het nut en de noodzaak van zulke kwalificatie, over de speciale maatregelen die
nuttig en nodig zijn bij de opvoeding en het onderwijs van zulk kind, is de
chaos compleet; er is absoluut geen eensgezindheid. Daarenboven worden er vragen
gesteld over de toekomst van hoogbegaafden in de maatschappij, over hun plaats
in de gemeenschap, eenmaal volwassen. Want het blijkt dat de maatschappij niet
altijd zeer open staat, zeer aanmoedigend, zeer aanvaardend is voor werkelijk
hoogbegaafden.
Het fenomeen "miskend genie" ligt op ieders
lippen, hoewel dit begrip eigenlijk foutief is. Juister moet men spreken van
"miskend talent" en vooral "miskende begaafdheid". Want daar ligt de
oorsprong van de negatieve houding tegenover hoogbegaafdheid. Men beoordeelt de
uitingen en de tekens van deze begaafdheid als negatieve kenmerken bij het kind,
of, in minder manifeste gevallen als onbelangrijk en bijkomstig. Volgens
Lombroso (1891) werden Pestalozzi, Humboldt, Newton, Balzac en Boccaccio als min
of meer zwakzinnig versleten.
Anderzijds komt het voor dat minder verstandige ouders hun
kind absoluut willen doen doorgaan als hoogbegaafd en dan door speciale
trainingsprogramma's uitzonderlijke prestaties verlangen van het kind. Wanneer
ze opgroeien en volwassen worden verdwijnt echter het wonder van deze
wonderkinderen als sneeuw voor de zon. Een deel ervan zijn louter receptief of
reproductief, ze zijn met alles bezig, en sterven vroeg.(7)
Daarom hebben we besloten
enkele begrippen in het klare te trekken, enkele ideeën vooruit te schuiven,
enkele richtlijnen te formuleren. Een klare probleemstelling is de eerste stap
naar een oplossing.
Hoogbegaafde volwassenen
Van
problematisch naar succesvol
Als
psychotherapeut en lifecoach, die
regelmatig hoogbegaafde (jong)volwassenen begeleidt, wil ik graag reageren op de
vragen die Ernst Radema oproept in zijn artikel inzake succesvolle dan wel
problematische hoogbegaafde volwassenen (MB december 2004). Welke kenmerken van een hoogbegaafde persoon bepalen of hij in de
categorie ‘succesvol’, ‘onopvallend levend’ of ‘problematisch’
terecht komt? En, hoe
Onderzoek en programma’s
Bij mijn
weten bestaat er in elk geval niet véél onderzoek rond deze vragen. En (Nederlandse)
programma’s voor volwassenen heb ik al helemaal nooit gezien. Maar misschie kan
iemand anders mij
daar nog op wijzen. Waarschijnlijk bestaat er wel wat literatuur op het gebied
van de arbeids- en organisatie-psychologie, maar op het gebied van psychiatrie
en klinische psychologie moet je er in elk geval met een lampje naar zoeken! In
het kader van een door mij uit te voeren promotie-onderzoek naar
psychotherapeutische hulpverlening aan en lifecoaching
voor hoogbegaafde volwassenen heb ik inmiddels wat literatuur opgespoord - die
ligt klaar ter bestudering. Ook ben ik van plan om werkwijzen, methoden e.d. die
voor hoogbegaafde (en al dan niet onderpresterende) kinderen ontwikkeld zijn te
vertalen naar begeleiding van volwassenen. Ik zal daarvan tezijnertijd (onder
meer in de MB) verslag doen. Op dit moment kan ik alleen nog maar
wat vanuit mijn eigen praktijk-ervaringen vertellen.
Succesvolle hoogbegaafde volwassenen
Om
te beginnen is het
de vraag wat je onder succesvol verstaat. Is dat rijk, beroemd en geslaagd? Of
is dat gelukkig, tevreden en blij? Slaat het op carrière, huwelijk of leven?
Voor al deze succesvolle situaties of levensterreinen zullen enigszins andere
karaktertrekken en vaardigheden geschikt of noodzakelijk zijn. In zijn
algemeenheid geldt voor hoogbegaafde volwassenen hetzelfde wat ook voor
‘gewone’ volwassenen geldt: ambitie, motivatie, hard werken, sociale
vaardigheid en een positief zelfbeeld dragen bij aan succes en geluk. Sommigen
zullen zeggen dat een portie mazzel en je afkomst ook belangrijk zijn, maar goed.
Hoogbegaafde
volwassenen hebben een extra ingrediënt, namelijk hun intelligentie. Maar
daarmee hebben zij ook een extra valkuil in huis. Ik denk, dat succesvolle
hoogbegaafde volwassenen op de een of andere manier geleerd hebben om niet te verdwalen in hun gave, om niet gevangen te raken in hun cognitieve mogelijkheden. Positiever
gezegd, dat zij op de een of andere manier geleerd hebben om hun cognitieve gave
ten positieve te benutten en uit te buiten. En dat wordt, denk ik, gestimuleerd
door een zekere speelsheid, een positieve en optimistische instelling en een
creatieve aanleg (voor zover je creativiteit niet als onderdeel van
intelligentie beschouwt). Maar ook ouders, leerkrachten en werkgevers, die
plezier hebben in de talenten van hoogbegaafden en hen de ruimte geven, dragen
bij aan de positieve ontwikkeling van in beginsel grote cognitieve mogelijkheden.
Overigens, wat te denken van een succesvolle, maar onuitstaanbare hoogbegaafde
volwassene?
Problematische hoogbegaafde volwassenen
Ook hier geldt: wat zijn problematische hoogbegaafde volwassenen? Zijn dit
hoogintelligente mensen die door hun omgeving als problematisch gezien worden,
of hoogintelligente mensen die zichzelf als problematisch zien of ervaren? Of
hoogbegaafden die ‘problemen hebben’?
Ik
denk wel, dat mensen met een hoge intelligentie juist
door hun wijze van cognitief functioneren ‘bevattelijk’ zijn voor
bepaalde ontsporingen. Zij kunnen verdwalen in hun gave of er niet in geslaagd
zijn (niet geleerd hebben) om hun gave ten positieve te benutten. Ontsporingen
kunnen hun grond vinden in de hoogintelligente mensen zelf, maar ook in hun
contacten met anderen. In mijn praktijk ben ik bij hoogintelligente mensen alle
soorten van psychische problematiek tegen gekomen, die ik ook aantrof bij
gemiddeld en minder begaafde personen. Alleen, hebben de problemen vaak een wat
andere achtergrond (verklaring) en een andere wordingsgeschiedenis.
Valkuilen voor hoogbegaafde mensen
De navolgende opsomming van valkuilen zal vast niet uitputtend zijn en wellicht
zal ik op den duur de indeling veranderen, maar voorlopig ziet het er zo uit:
-
Snelheid en veelomvattendheid van denken,
maar ook het
op meerdere fronten tegelijkertijd denken
-
Helder inzicht, vermogen om ver vooruit te denken
-
De ervaring ‘vreemd’ gevonden
te worden
-
Een groot geheugen en een groot vermogen tot snelle opname van veel
kennis
- Nieuwsgierigheid, enthousiasme, werklust en het vermogen om in korte tijd veel werk te verzetten maken hoogintelligente en hoogbegaafde mensen bevattelijk voor burnout.
-
Hoge eisen stellen aan kennis, producten, organisatie, gedrag
e.d. (hoogintellectuelen leggen de lat voor zichzelf en voor anderen heel hoog)
kunnen
-
Hoge prikkelgevoeligheid en een gering
vermogen om input te weren
kunnen
-
De neiging om in tijden van stress de
problemen met behulp van de ratio (‘logisch denken’) aan te pakken
leidt soms tot een ‘emotieloze
copingstijl’. Een manier van doen die de problemen soms alleen maar groter
maakt, met name in vriendschappen en relaties en in de opvoeding van kinderen.
- Een eventueel in het verleden niet onderkend zijn van de hoge intelligentie leidt tot ‘intellectuele ondervoedingsverschijnselen’.
Uit de valkuil omhoog
Op het
gevaar af dat mij verweten wordt dat bovenstaande opsomming het negatieve beeld
over hoogbegaafden versterkt, meen ik toch dat het een vorm van
struisvogelpolitiek is om met alle geweld alleen maar de positieve kanten van
hoogbegaafdheid en hoge intelligentie te willen zien. De valkuilen van hoge intelligentie zijn verraderlijk en ernstig!
Een
eerste stap op de weg omhoog is derhalve de problemen niet ontkennen en ze
serieus nemen. Een tweede stap is het opzoeken van lotgenoten, lid worden van
Mensa, deelnemen aan SIG’s, borrelavonden etc. etc. Vaak is dergelijk contact
heilzaam, omdat je patronen leert herkennen, valkuilen leert zien en van anderen
kunt leren hoe ze te omzeilen. Soms echter werkt lotgenotencontact averechts en
verergert het alleen maar de problemen.
En
een derde stap
De lijst met
signalen die duiden op hoogbegaafdheid is lang. U functioneert het beste solo, u heeft een sterk
rechtvaardigheidsgevoel,
u zit vaak te tobben, u stort zich met volle overgave op een nieuw project, u
bent snel verveeld, u stelt dingen uit en hebt vaak moeite iets af te maken, u moet
uw denkbeelden vaak uitleggen en dan nog worden ze niet altijd begrepen,
u hebt een hekel
aan herhalingen. Enzovoorts.
Sommige van de
kenmerken maken meteen duidelijk dat extra-intelligente mensen vaak een
levenspad kennen dat helemaal niet over rozen gaat. ,,Dat is alleen het beeld'',
zegt Annelien van Kempen, loopbaanbegeleider bij bureau Kuipers & Van Kempen
in Voorburg. ,,In het onderwijs wordt hoogbegaafdheid wel gesignaleerd als
probleem. Maar als kinderen de school verlaten, houdt het op. Dan denkt men 'Die is zo slim, die wordt vast heel gelukkig en
rijk'. Maar de praktijk leert
hoogbegaafden juist dat ze 'anders' zijn. Daardoor komen zij dingen tegen die
als het ware onverklaarbaar zijn.''
Niet-sociaal
Een plaats waar die onverklaarbare dingen voorkomen, is het werk. Extra-intelligente mensen hebben vaak moeite met autoriteit en kunnen daardoor gemakkelijk in aanvaring komen met het management. Of ze worden niet-sociaal gevonden. Soms buitelen hun gedachten over elkaar en dat maakt het helder formuleren van een standpunt lastig.
Bij ,,reguliere instituten'' wordt dergelijk 'disfunctioneren' , vaak niet gerelateerd aan hoogbegaafdheid'', zegt
Van Kempen. ,,Als het echter wél wordt benoemd, zie je naast herkenning vaak
ook enorme opluchting. Het onverklaarbare wordt plotseling verklaarbaar.''
Juist omdat er
relatief weinig aandacht is voor de combinatie hoogbegaafdheid en werk, riep Van
Kempen onlangs met haar zakenpartner Willem Kuipers en met steun van een aantal
andere loopbaanadviseurs een speciale startpagina over het thema op internet in
het leven. Op www.hoogbegaafd-en-werk.nl zijn links te vinden naar sites waar
meer te lezen valt over (de kenmerken) van hoogbegaafdheid en hoe daarmee
,,Zo'n twee
procent van de bevolking, dus 320.000 mensen, is hoogbegaafd'', aldus de
loopbaanbegeleider. ,,Als je uitgaat van een beroepsbevolking van vijf miljoen,
zijn er op de arbeidsmarkt 100.000 hoogbegaafden actief. Eenderde daarvan is
enorm succesvol, bijvoorbeeld met een eigen onderneming. Nog eens eenderde leeft
er 'overheen' en functioneert normaal. Soms ontstaan op latere leeftijd wel
problemen. En weer eenderde conformeert zich juist niet aan het systeem. Die
laatsten, als die de ruimte krijgen, dan blijken het echte vernieuwers. Maar als
ze beperkt worden, dan houden ze niet vol. Dan volgt burn-out. Of men besluit
voor zichzelf te beginnen.''
De omgeving
ervaart hoogbegaafden dan wel als slim, autonoom, nieuwsgierig en breed geïnteresseerd,
zijzelf kampen nogal eens met een laag zelfbeeld, onzekerheid en faalangst, zegt
Van Kempen. ,,Vooral bij vrouwen zie je dat ze een houding faken, omdat ze van
zichzelf denken dat ze niets weten en bang zijn dat anderen dat doorhebben.''
Voor hoogintellingenten begint iets vaak pas áchter de
horizon. Dat
'grenzeloze' maakt dat de ene baan hun meer past dan de andere. Een zelfstandig
beroep als advocaat, journalist of kunstenaar
Hoe
Van Kempen: ,,Zo'n
werkgever moet de hoogbegaafde zoveel mogelijk laten doen wat die wil doen.Tegelijk moet die werknemer bij de les worden gehouden, anders gaat hij te veel
de breedte of diepte in en verliest hij zijn eigenlijke taak uit het oog. Wat
goed werkt, is tijdelijk volledige vrijheid geven om dingen te ontdekken en
helemaal uit te pluizen. Daarna heb je weer een hele tijd een toegewijde
werknemer die wel binnen de grenzen functioneert.''
IQ-test
en het begrip hoogbegaafdheid zijn maar een deel van het verhaal
Een IQ-test
Iemand
Kuipers & Van Kempen gebruikt de term
extra intelligent om aan te duiden dat iemand door zijn/haar omgeving en door
zichzelf als bijzonder intelligent mag worden beschouwd, zonder dat expliciet
het IQ bekend of gemeten is.
Hoogintelligent
begint
vanaf een IQ van 140. Dat komt overeen met ongeveer 2% van de Nederlandse
bevolking, zo'n 300.000 mannen/ vrouwen.
Hoogbegaafd en hoogbegaafdheid blijken beladen termen, waarvan verschillende definities bestaan. Een pragmatische variant is: een hoogbegaafde is iemand die hoogintelligent is èn een evenwichtige persoonlijkheid heeft.
|
|
|
Zo’n 2,5 procent van de bevolking is hoogbegaafd, maar
slechts de helft van hen weet het ook. Ze denken sneller en kunnen meer tegelijk
in zich opnemen. Werk daar maar eens mee samen.
Jarenlang zwierf O. van baan naar baan, maar hij was
nergens echt op zijn plaats. Na een dromerige middelbare schoolcarrière, een
jaartje Pabo wat het toch niet was, en de verplichte militaire dienst, ging hij
aan de slag bij een verzekeraar. Daar groeide hij in een paar jaar tijd uit van
jongste bediende zonder opleiding naar kwaliteitsmedewerker en uiteindelijk
zelfs OR-voorzitter voor alle 2500 medewerkers.
Maar O.bleef rusteloos. Hij wist zich steeds razendsnel in
nieuwe materie te verdiepen, maar daarna zette al snel de verveling in. Of
stuitte hij op een leidinggevende die hem te weinig ruimte gaf. Pas op zijn
dertigste, toen hij voor een managementfunctie een psychologisch onderzoek
onderging, kwam Oosterveld erachter dat hij hoogbegaafd is. ‘Ik heb veel
vrijheid nodig. Ik zoek zelf mijn toegevoegde waarde. Voor sommige
leidinggevenden ben ik te eigenwijs,’ zegt hij nu.
Extra eigenwijs
Wie een IQ heeft van 130 of meer geldt als hoogbegaafd.
Als heel Nederland een IQ-test zou doen, zou het gemiddelde zo rond de honderd
liggen. Tweederde van de bevolking scoort tussen de 85 en 115. Maar eenderde zit
een flink eind van het gemiddelde af. De helft scoort onder de 85 en de andere
helft boven de 115. Zo’n 2,5 procent scoort boven de 130.
Hoogbegaafden zijn intellectueel vaardig, structureel
nieuwsgierig, hebben een sterke behoefte aan autonomie, zijn grenzeloos in het
najagen van interesses en kenmerken zich door een combinatie van emotionele
onzekerheid en intellectuele zelfverzekerdheid.
O. past wel in die opsomming. Hij stelt nuchter: ‘Ik geloof niet dat hoogbegaafd zijn per se een pré is. Het is ook een extra vermogen om eigenwijs te zijn.’ Maar inmiddels is hij zich er wel van bewust dat hij anders denkt dan anderen. ‘Als ik merk dat ik niet begrepen word, zoek ik de oorzaak bij mezelf. Wat vooral lastig is, is om te weten hoeveel tussenstapjes anderen maken om tot een conclusie te komen. Ik maak grote gedachtesprongen in mijn hoofd. Anderen doen dat ook, maar het verschilt hoeveel stappen ze overslaan om bij de uitkomst te komen
De een heeft talent voor rekenen, de ander voor taal,
muziek, kunst of sport. Je zou het kunnen zien als allemaal pijltjes op een
dartbord. Zolang dat nog binnen het normale blijft, past het op het bord. Maar
exceptionele talenten kunnen op iedere plek van het dartbord afvallen. Dat maakt
het ook lastig om elkaar of alleen maar jezelf als hoogbegaafde te herkennen.
‘De helft van de hoogbegaafde volwassenen weet niet of
zij hoogbegaafd is’. Als er geen problemen zijn, is er ook geen reden om een
intelligentieonderzoek te doen. Bovendien is hoogbegaafdheid deels erfelijk en
valt een hoogbegaafd kind in het eigen gezin daardoor minder op. Als het goed
gaat op school, een universitaire studie volgt en daarna een baan als
wetenschapper, hoeft het zelfs nooit een thema te zijn.
‘Maar er is ook een categorie die uitvalt op school,
allerlei baantjes heeft maar nergens echt past. Ze hebben overcapaciteit. Een
academisch denkvermogen doet het slecht achter de kassa’. Vooral als de
begaafdheid niet aan schoolvakken is gerelateerd, of misschien wel maar de
leraar tergend traag door de stof heengaat en de snelle denker voortijdig
afhaakt, kan de hoogbegaafdheid onopgemerkt blijven. Het echte probleem blijft
dan, ook omdat eerder al het zelfvertrouwen is geschaad. ‘Hoogbegaafden denken
sneller, ze denken anders. Vaak worden ze al in hun jeugd raar gevonden. Dat kan
een heel laag zelfbeeld geven.’
Ze weet waar ze het over heeft; ze kwam er zelf pas op
41-jarige leeftijd achter dat ze hoogbegaafd was toen haar zoon problemen kreeg
op school. ‘Ik ging naar een lezing over hoogbegaafdheid en ineens biggelden
de tranen over mijn wangen. Het ging over míj. Ik voelde me altijd al raar,
niet begrepen. Ik had last van paniekaanvallen en depressies. Baantjes hield ik
nooit langer dan anderhalf jaar vol. Ik heb altijd gedacht dat ik nog eens
opgenomen zou worden in een kliniek; ík functioneerde niet in groepen, dat lag
aan mij want ík was anders.’
Ze vervelen zich bijvoorbeeld en worden niet genoeg
uitgedaagd op hun werk. Of er ontstaan communicatieproblemen doordat ze te grote
denkstappen maken. Soms zijn ze ook bedreigend voor hun baas of collega’s,
vanwege hun turbo denkvermogen. ‘Het werktempo van hoogbegaafden ligt hoog en
daarmee maak je je niet altijd populair onder collega’s.’
‘Overleven in een wereld die niet bij je past kost veel
energie. Als je niet begrijpt waarin je anders bent, is het heel vermoeiend’.
‘Je moet voor jezelf weten wanneer je jezelf zodanig aanpast dat je er pijn
van in je buik krijgt en wanneer je dat doet om er een bepaald doel mee te
bereiken. Je zult handigheid moeten krijgen in het vinden van oplossingen.’
Ze leerde zelf om bij vergaderingen haar inbreng te
doseren. ‘Je moet het tempo van de groep bijhouden, en niet over ze heen
denderen met al je ideeën. Ik let nu ook op lichaamstaal. Als ik zie dat mijn
gesprekspartner een gesloten houding heeft, met armen en benen over elkaar heen,
houd ik mijn ideeën voor me. Pas bij een open houding geef ik mijn inbreng.’
Reacties:
Opmerking over IQ testen. -Er zitten in diverse testen veel vragen waarbij
schoolopleidingen en/of vakken een erg grote invloed hebben op de uitslag. Denk
bijvoorbeeld aan Latijns waardoor de betekenis van woorden makkelijker wordt.
-Hoe vaker je IQ testen doet hoe hoger de score wordt... -iemand met dyslexie
komt automatisch op een veel lagere score. -Hoe 'dom' is iemand die een VMBO
opleiding heeft gevolgd maar wel in staat is om de meest moeilijke technische
problemen op te lossen waar mensen met een HTS opleiding in die richting niet
uit komen. -Hoe 'slim' ben je als je een hoog IQ hebt maar geen straatnamen en
geen namen van personen kunt onthouden.
De tendens van nogal wat mails lijkt inderdaad nogal
negatief. Dat wil denk ik niet meteen zeggen dat iedere hoogbegaafde de wereld
zwart ziet of niet met zijn/haar intelligentie overweg kan, maar wel dat ze
tegen problemen oplopen. Soms heb je een lange weg te gaan voordat je in de
gaten krijgt wat er aan de hand is en hoe je ermee moet omgaan. Als derden
beweren dat hoogbegaafden hun intelligentie dan maar beter moeten gebruiken, dan
is dat denk ik geen eerlijke reactie. Het hoeft namelijk helemaal niet zo te
zijn dat de emotionele vaardigheden met de verstandelijke vermogens in de pas
lopen.
Hoogbegaafdheid biedt geen enkele garantie op een lang,
gelukkig leven. Maar lieve mede-gezegenden, wat zouden we dan willen? We worden
geacht ons talent te benutten, plots te horen "en wat hebben we voor jou in
de aanbieding... tatatataah... een Groot Talent. Succes!" In combinatie met
de grote emotionele onzekerheid waarmee hoogbegaafdheid vaak hand in hand gaat,
ben je al snel een loslopend brein, op wankele pootjes.
Hoe kunnen we verwachten dat ‘zij’ ons begrijpen? Iets wat groter is
dan jezelf, kun je per definitie niet bevatten. Ik wist op de lagere school al
dat ik slimmer was dan de meester, en lag er wakker van dat hij een advies uit
moest brengen over mijn vervolgopleiding. Ik had de hele lagere schooltijd matig
gepresteerd en vooral veel uit het raam gekeken. Gelukkig wees een foutloze
Citotoets uit dat ik in aanmerking kwam voor het VWO. Als je hoofd je sterke
punt is, wil dat nog niet zeggen dat je de rest maar moet laten zitten. Ik vaar
op mijn gevoel, en houd mijn hoofd erbij, gelukkig. Laten we niet doen alsof
hoogbegaafdheid een nauwelijks te torsen last is; count your blessings.
Ik denk veel te herkennen, al heb ik nooit een IQ test
ondergaan. Ik herken de verveling, door geen uitdaging en omdat dingen me te
lang duren waardoor ik afdwaal en ook het 'dat heb ik toch net ook al gezegd'.
Op school dacht ik altijd lui te zijn doordat ik afdwaalde tijdens de les en ook
niet altijd de hoogste cijfers wist te halen. Pas in het laatste jaar van mijn
opleiding kwam ik tot het inzicht 'gewoon heel slim' te zijn (niet studeren en
het meeste wel halen). Een hele omschakeling welke ook heel schokkend was
doordat mijn zelfvertrouwen inmiddels een gevoelige slag had ondergaan. Ik heb
inmiddels het gevoel vastgelopen te zijn in mijn baan omdat ik er - gelukkig -
achter gekomen ben dat het mij totaal geen uitdaging biedt ('gelukkig' omdat de
oorzaak te herkennen me geruststelling biedt). Maar ik heb helaas geen idee
welke opleiding/ baan bij mij zou passen om uit deze impasse te komen. Daarbij
ben ik ook nog eens hoogsensitief en 'voel' ik de onderlinge frustraties en
spanningen steeds.
Ik weet al jaren dat mijn IQ hoog is - 150 ongeveer - maar
ik kan er niets mee. Ik heb gestudeerd, voor de klas gestaan, en nu werk ik voor
de overheid. Ik heb problemen met mezelf uiten in groepen, maar dat gaat
langzaamaan beter, ook door mijn lesgeef-ervaringen. ik heb geleerd hoe ik
mensen simpel, in genoeg stappen, dingen kan uitleggen. ik denk schematisch, dat
scheelt. Door mijn huidige functie ben ik steeds met nieuwe klussen bezig,
waardoor er een uitdaging blijft. Wel heb ik moeite met het afmaken van dat wat
er al langer loopt. Maar ik hou niet van losse eindjes, dus zet ik door. Toch
wil ik graag eens wat meer weten over mogelijkheden met hoogbegaafdheid, en dan
liever op een moment dat ik er niet mee in de knoop zit.
Tja de herkenning...12 banen, 13 ongelukken, het onbegrip,
de grenzen waar je bij de meeste anderen tegenaan loopt. Als ik een euro zou
krijgen voor elke keer dat ik zei of dacht: "maar dat zei ik toch ook al
eerder...", dan kon ik wel stoppen met werken. Het tempo in organisaties is
te traag voor mij en de valkuilen die ik maanden van tevoren zie aankomen en
waar ik voor waarschuw of een oplossing voor aanreik, daar stort Jan en alleman
met open ogen vrolijk in. Om vervolgens heel verbaasd om zich heen te kijken hoe
dit nou toch heeft kunnen gebeuren. Mijn gedachtegoed waar anderen vervolgens
trots mee aan de haal gaan - al was het zojuist aan hun eigen brein ontsproten...
En ook: "Ja je hebt wel vaak gelijk natuurlijk, maar je moet het dan ook
nog krijgen
Krijg regelmatig te horen dat ik over gekwalificeerd ben.
Al heel lang heb ik het gevoel aan een kaartspel deel te nemen, waar ik
spelregels wel van ken maar dat ik toch niet kan kaarten. Als dat
hoogbegaafdheid is dan is dat niet iets om blij van te worden.
|
|
Kuipers & Van Kempen in
Voorburg biedt loopbaanadvies aan hoogbegaafde volwassenen
Extra intelligente mensen aan het werk
Wat is ‘extra’?
De vijf signalerende kwaliteiten, met enige toelichting, zijn:
1.
Intellectueel vaardig,
2.
Structureel nieuwsgierig, grenzeloze hekel
aan dat wat saai of routineus is.
3.
Behoefte aan autonomie, vecht of maakt zich
klein als die wordt aangetast.
4.
Grenzeloos en mateloos in najagen interesses,
moeite met loslaten daarvan of met onbegrijpelijke ongeïnteresseerdheid.
5. Emotionele onzekerheid plus intellectuele
zelfverzekerdheid, onhandig of kwetsbaar in de confrontatie met harde
zelfverzekerdheid of politiek machtsvertoon.
Wat wij beogen
Onze bijdrage is gericht op twee invalshoeken: |
De training Beter omgaan met hooggevoeligheid
De
laatste tijd komen steeds meer boeken uit die gaan over Highly Sensitive
Persons, hooggevoeligheid, of ook wel HSP genaamd. De verschijnselen binnen dit
scala lijken op burnout, hyperventilatie, overspannenheid. Aron, psychologe,
heeft als eerste aangetoond dat er meer aan de hand is. Het lijkt een vlucht te
nemen in onze samenleving. Zelf ben ik van mening dat de spirituele ontwikkeling
van de mens een aandeel levert aan deze hooggevoeligheid.
Wat is dat nou: hooggevoeligheid?
Hooggevoelige
mensen zijn veel gevoeliger dan de meeste mensen. Hun kwaliteit is dat hun
zintuigelijke en buitenzintuigelijke waarneming sterker is dan die van anderen.
Iedereen heeft een bepaalde gevoeligheid, maar 'Highly Sensitive Persons' (HSP's)
kunnen makkelijker problemen ervaren in hun dagelijks leven en hun kontakten
omdat ze gevoeliger zijn dan gemiddeld. HSP's ervaren makkelijk subtiele
veranderingen in energie, temperatuur, geur, geluid of licht. Ze kunnen meestal
niet tegen drukte, harde (valse) muziek, fel licht, extreme kou of hitte en
grote menigten. Ze trekken zich vaak terug en voelen zich het veiligst in hun
eigen omgeving, omringd door hun eigen energie. Als kind hebben hooggevoelige
mensen meestal niet geleerd om met hun emoties om te gaan. Het
Hoogggevoelige
mensen voelen emoties van anderen bijna moeiteloos aan. Boosheid, ziekte bij de
ander, een slecht humeur, weerstand, een slechte sfeer worden zonder moeite door
HSP's geregistreerd. Dat gebeurt op bewust en onbewust niveau. Deze registratie
heeft invloed op hun gevoel van lichamelijk en geestelijk welzijn. Hooggevoelige
personen zijn nogal eens afhankelijk van anderen als het gaat om hun emotionele
conditie. Ze voelen zich goed als de ander zich goed voelt. Voelt de ander zich
niet goed dan geldt dat meestal ook voor hen. Ze proberen daarom vaak zoveel
mogelijk harmonie te ervaren met hun omgeving. Vaak zijn ze voortdurend bezig
het anderen naar de zin te maken. Daarbij kunnen ze veel van zichzelf vergen
door hun grenzen te overschrijden of niet assertief te zijn.
Ze reageren
vanuit hun rechterhersenhelft op de wereld. Daar zetelt het gevoel. Vaak denken
HSP’s juist dat ze heel rationeel zijn. Het tegendeel is het geval: omdat ze
vanuit hun sterk ontwikkelde gevoel reageren
Hun autonome
zenuwstelsel wordt veel getriggerd. Ze kunnen het gevoel hebben dat ze
voortdurend in de vecht- en vluchthouding zijn. Hun lijf
HSP's kunnen
zichzelf ook makkelijk wegcijferen of zich heel verantwoordelijk voelen voor het
verloop van een gebeurtenis of anderen. Ze zijn groot in hun aanpassingsvermogen.
Zachtaardig en liefhebbend. Verlegen. Soms voelen ze zich al sinds hun jeugd een
buitenbeetje. Vaak werden ze gepest omdat ze anders waren in de ogen van andere
kinderen. Maar ook volwassen HSP's kunnen geconfronteerd worden met pestgedrag
van anderen om die reden!
Ze voelen vaak
dat iets niet klopt, maar kunnen dat dan niet verklaren. Als ze hun reactie
baseren op aannames kunnen er problemen ontstaan. Soms willen ze vooral met rust
worden gelaten.
Ze kunnen ook
een schuldgevoel ontwikkelen, omdat ze zulke hoge eisen aan zichzelf stellen.
Ook komt schaamte voor bij HSP's: ze vinden hun eigen emoties en gevoelens niet
altijd aanvaardbaar en normaal.
Zichzelf
begrenzen is vaak moeilijk, ze identificeren zich makkelijk met anderen. Ze
kunnen als strategie ook afstandelijk worden. Al hun strategieen zijn ooit
geboren om zichzelf te beschermen!
Ze kunnen zich
moe en leeggezogen voelen. Het feit dat ze niet worden geaccepteerd in hun
gevoeligheid
De samenleving
verkeert in de fase van het informatietijdperk en individualisatie. Factoren
waar HSP's het erg moeilijk mee kunnen hebben omdat er steeds meer prikkels zijn
en ze juist zo'n behoefte aan saamhorigheid hebben! Hun rol zal zich echter
steeds meer gaan afbakenen de komende tijd: we gaan van het IK-tijdperk naar het
WIJ-tijdperk en ze zullen de adviseurs van dit komende tijdperk worden!
HOOGBEGAAFDHEID
Definitie
Er
is nog veel onduidelijkheid over wat hoogbegaafdheid precies is. Wanneer ben je
hoogbegaafd en wanneer 'gewoon' intelligent? Als je intelligent bent, heb je een
goed verstand. Als je hoogbegaafd bent, heb je een goed verstand maar vaak ook
een speciale manier van denken en handelen. Je denkt en werkt in grotere
sprongen dan andere leerlingen. Je bent creatiever in het bedenken van
oplossingen en zelfstandiger in je handelen. Het is prettig als de talenten die
je in je hebt er ook uitkomen.
Professor F. Mönks geeft een definitie van hoogbegaafdheid die vaak gebruikt
wordt. Hij heeft daarvoor het volgende model gemaakt:
De
cirkels hebben te maken met je persoonlijkheid. De punten van de driehoek met de
invloed van je omgeving. Bij hoge intelligentie moet je denken aan een IQ
van ongeveer 130 of hoger. Het IQ geeft aan hoe ver iemand boven of beneden het
gemiddelde van 100 op een intelligentietest scoort. Zo'n 2 à 3 procent van de
bevolking heeft een IQ hoger dan 130. Over wat intelligentie precies is
verschillen de meningen. Het woord komt uit het Latijn en is afgeleid van
'inter' (tussen, te midden van) en 'legere' (verzamelen, uitkiezen, lezen). De
definities van intelligentie variëren van: 'Intelligentie is dat wat een
intelligentietest meet' (Boring) tot 'intelligentie is het vermogen om
doelgericht te handelen, rationeel te denken en effectief met de omgeving om te
gaan' (Wechsler). Bovendien zijn er verschillende soorten intelligentie. Denk
aan technische, praktische, sociale, emotionele intelligentie enz. Bij
hoogbegaafdheid gaat het meestal over de zgn. academische intelligentie. Als je
hoogbegaafd bent, scoor je doorgaans op alle leergebieden bij de beste 10
procent van je groep. Als je uitblinkt op één bepaald vakgebied spreekt men
over het algemeen niet van hoogbegaafdheid. De woorden (hoog)begaafd, zeer
begaafd en getalenteerd worden in de literatuur vaak door elkaar en min of meer
als synoniem gebruikt.
Het aspect creativiteit
slaat op de manier waarop je problemen aanpakt. Je bent vindingrijk, zelfstandig
en weetgierig. Het woord motivatie heeft betrekking op je
doorzettingsvermogen en wil om je doel te bereiken. Ook het plezier hebben in
een bepaalde taak wordt hiermee bedoeld.
Je omgeving speelt een grote rol bij de ontwikkeling van je talenten. Als je in
een gezin woont waarin je gesteund en bemoedigd wordt,
Niet-cognitieve
persoonlijkheids kenmerken:
-
stressbestendigheid
- motivatie om te presteren
- werk- en leerstrategieën
- faalangst
- controle
Begaafdheids-factoren:
Prestaties:
Omgevingkenmerken:
-
klassenklimaat
- kritische levenservaring
- familieklimaat
Hoogbegaafdheid
bestaat in dit ‘multifactorenmodel’ uit 5 onafhankelijke talenten:
intellectuele capaciteiten, sociale competentie, psychomotorische vaardigheden,
muzikale-artistieke vaardigheden en creativiteit. Op het leveren van goede
prestaties zijn eigenschappen als stressbestendigheid, motivatie tot presteren,
werk- en leerstrategieën, faalangst en controle eveneens van invloed. Ook je
omgeving moet meewerken om je talenten tot volle bloei te laten komen.
Klassenmanagement bij hoogbegaafdheid
Aanpassen
van de reguliere leerstof
Er
zijn drie redenen waarom aanpassingen in ons onderwijsaanbod voor hoogbegaafde
leerlingen van belang zijn:
Dit
alles leidt ertoe dat hoogbegaafde leerlingen veelal gedemotiveerd raken door
het reguliere onderwijsaanbod en daardoor afhaken en of gaan onderpresteren.
Hoge
intelligentie
Er
wordt gesproken van (hoog)begaafdheid als iemand een intelligentiequotiënt (IQ)
heeft van 130 of hoger.
Vroege
ontwikkeling
(hoog)Begaafde
leerlingen zijn geestelijk vroeg rijp en worden gekenmerkt door een
ontwikkelingsvoorsprong. Zij kunnen meestal op vroege leeftijd al lezen, praten,
schrijven en hebben een vroege ontwikkeling van getalbegrip. Hierdoor kunnen zij
zich gemakkelijk leerstof uit hogere leerjaren eigen maken. Ook stellen zij op
jonge leeftijd al levensbeschouwelijke vragen en denken zij al vroeg na over de
zin van het leven.
Uitblinken
meerdere gebieden
Een
bijzondere begaafdheid
Gemakkelijk
kunnen leren
(hoog)begaafde
leerlingen hebben over het algemeen een zeer goed geheugen en kunnen hierdoor
goed informatie onthouden en verwerken. Zij begrijpen nieuwe leerstof dan ook
aanzienlijk sneller dan gemiddelde leerlingen en zijn daardoor sneller klaar met
opdrachten en huiswerk. Hierdoor hebben zij vaak een leertempo dat beduidend
hoger is dan het tempo
Abstractie
Goed
leggen van (causale) verbanden
(hoog)begaafde
leerlingen kunnen gemakkelijk (causale) verbanden leggen en hebben hierover een
goed overzicht.
Het
makkelijk kunnen analyseren van problemen
(hoog)begaafde
leerlingen zijn snelle probleemanalyseerders. Zij kunnen snel vaststellen wat de
aard van een probleem is. Daarnaast zijn (hoog)begaafde leerlingen vaak
vindingrijk in het ontwikkelen van eigen oplossingsmethoden. Dit
Het
maken van grote denksprongen
Een
begaafde leerling maakt grotere leerstappen en heeft daarom minder tijd nodig.
Voorkeur
voor abstractie
(hoog)begaafde
leerlingen kunnen goed abstract denken. Zij generaliseren gemakkelijker dan hun
andere klasgenoten en hebben een goed overzicht van de kennisgehelen. Zij hebben
geen behoefte aan concretisering van de lesstof door het gebruik van voorbeelden.
Creatief
Creatief/origineel
In
de opdrachten laten (hoog)begaafde leerlingen vaak zien dat zij originele en
creatieve ideeën en/of oplossingen hebben. Zij maken onverwachte zijsprongen en
hebben grote verbeeldingskracht.
Apart
gevoel voor humor
(hoog)begaafde
leerlingen bezitten over het algemeen een apart gevoel voor humor.
Zelfstandig
Hoge
mate van zelfstandigheid
(hoog)begaafde
leerlingen willen liever niet geholpen worden en geven de voorkeur aan
zelfstandig werken. Bij het werken in groepsverband vertoont de (hoog)begaafde
leerling veel initiatief en neemt vaak de leiding. Bovendien wil de leerling
dingen graag op eigen wijze doen, bijvoorbeeld het zelf bedenken van een methode
voor rekensommen.
Brede
of juist specifieke interesse/hoge motivatie/veel energie
Het
is belangrijk dat het onderwerp van de opdracht de leerling interesseert. Bij (hoog)begaafde
leerlingen is namelijk het kunnen een voorwaarde, maar het willen van even groot
belang. Als het onderwerp aansluit bij de interesse van de leerling, dan is
motivatie verzekerd. Er is aangetoond dat talent pas doorzet als de leerlingen
plezier beleven aan de (leer)activiteiten. Een kenmerk van (hoog)begaafde
leerlingen is dat zij zeer leergierig zijn. Als een onderwerp de leerling
interesseert dan pluist hij het onderwerp vaak tot op de bodem uit. Maar het
tegenovergestelde geldt ook: als een (hoog)begaafde leerling geen interesse
heeft voor een bepaald onderwerp, dan
Concentratie
Hoge
mate van concentratie
(hoog)begaafde
leerlingen kennen een hoge mate van concentratie en hebben daarbij een langere
aandachtsspanne dan de gemiddelde leerlingen.
Perfectionistisch
(hoog)begaafde
leerlingen zijn perfectionistisch aangelegd. Zij houden niet van half werk.